Achtergrond
Veel families die aangesloten zijn bij het project van Anjopunfurc zijn gevlucht voor de burgeroorlog in Peru. Deze burgeroorlog begon in 1980 in de armste regio's op het platteland in Peru en is geëindigd midden jaren 1990.
Duizenden families sloegen in deze periode op de vlucht naar de grote steden zoals Huancayo, Ica en Lima. Volgens schattingen wonen tussen 25.000 en 30.000 van deze vluchtelingen in de Mantaro Vallei, het gebied waar Huancayo in ligt. Afgezien van de trauma's die zij van de burgeroorlog hebben overgehouden, werden zij in hun nieuwe omgeving ook met andere problemen geconfronteerd.
Een groot deel van de vluchtelingen is ongeschoold en heeft weinig ervaring met het werk in de steden. Daarnaast werden de ontheemden, vaak inheemse Peruanen, geconfronteerd met een taalbarrière. Voor hen is het Spaans, de nationale taal in Peru, hun tweede taal en de eerste taal is het Quechua. Ook werden veel van de vluchtelingen er nog eens van verdacht lid te zijn van guerrillabewegingen.
Kortom, naast traumatische ervaringen en het analfabetisme moesten deze mensen ook leven met de vooroordelen die er over hen heersten in hun nieuwe omgeving. Al deze factoren leidden ertoe dat velen van hen tot op heden onder de armoedegrens leven.
